Wie aan Zwitserland denkt, ziet al snel besneeuwde bergtoppen, charmante dorpjes en kraakheldere meren voor zich. Maar achter dat fotogenieke decor schuilt een verrassend veelzijdig klimaat. Van zonovergoten dalen tot frisse alpentoppen, het klimaat van Zwitserland is even gevarieerd als het landschap zelf.

Met zomers rond de 25°C in de lager gelegen gebieden en frisse winters die perfect zijn voor wintersport, is Zwitserland het hele jaar door aantrekkelijk. De beste reistijd hangt dan ook helemaal af van wat je zoekt: wandelen, skiën of gewoon genieten van rust en natuur.
Wat voor klimaat heeft Zwitserland?
Het klimaat van Zwitserland is allesbehalve eentonig. Door de hoogteverschillen en de ligging tussen west- en zuid-Europa kom je hier een opvallende mix van klimaatzones tegen. Officieel zijn de belangrijkste zones het gematigd landklimaat (Köppen: Dfb) in de dalen en het hooggebergteklimaat (H) in de Alpen. In het uiterste zuiden, rond het meer van Lugano in Ticino, zie je zelfs een vleugje mediterraan klimaat (lokaal Cfb/Cfa) opduiken – je kunt er palmbomen en citroenbomen tegenkomen.
Wat betekent dat in de praktijk? Koude winters met sneeuwzekerheid in de bergen, milde tot warme zomers in de dalen, en het hele jaar door een flinke kans op neerslag. In de winter valt die vooral als sneeuw – perfect voor wintersport – terwijl de zomer korte, maar felle onweersbuien kan brengen, vaak aan het eind van een warme dag.
De Alpen spelen een hoofdrol in het Zwitserse weer. Ze vormen een natuurlijke muur die het klimaat aan beide zijden anders maakt. De noordkant is doorgaans kouder, vochtiger en sneeuwrijker, terwijl de zuidkant – denk aan Ticino – juist droger, zonniger en zachter is. In Wallis vind je zelfs gebieden waar amper regen valt dankzij de ligging in de regenschaduw van de Alpen.
De gemiddelde reistijd naar Zwitserland is prima te doen: met het vliegtuig ben je er in zo’n 1,5 uur vanaf Amsterdam. Liever met de auto? Afhankelijk van je bestemming zit je na 8 tot 10 uur rijden al tussen de bergen. Zo dichtbij, maar zo’n ander klimaat dan Nederland.
Klimaattabel van Zwitserland
De klimaattabel van Zwitserland toont de gemiddelde temperaturen, neerslag, sneeuw en UV-index per maand. De tabel geeft voor elke maand een overzicht van de gemiddelde dag- en nachttemperaturen in graden Celsius, de totale hoeveelheid neerslag in millimeters, de totale hoeveelheid sneeuwval in centimeters en de UV-index. Neerslag wordt altijd gemeten als water, ook als het sneeuw of hagel is.
Jan | Feb | Mrt | Apr | Mei | Jun | Jul | Aug | Sep | Okt | Nov | Dec | |
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Temp. max (°C) | 4 | 7 | 10 | 14 | 18 | 23 | 25 | 23 | 19 | 15 | 9 | 4 |
Temp. min (°C) | -2 | -2 | 0 | 3 | 8 | 12 | 14 | 12 | 10 | 6 | 2 | -1 |
Neerslag | ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() |
Neerslag (mm) | 121 | 67 | 68 | 72 | 129 | 130 | 148 | 92 | 58 | 85 | 89 | 100 |
Sneeuw (cm) | 38 | 26 | 15 | 11 | 3,9 | 0 | 0 | 0 | 0,1 | 4,0 | 24 | 36 |
UV-index | 3 | 4 | 6 | 7 | 7 | 8 | 8 | 7 | 6 | 5 | 3 | 2 |
Klik op de maandnaam om meer weerdetails te bekijken voor die maand.
Het klimaat in het kort:
- Officiële klimaatzones: Dfb (landklimaat) in de dalen en lagere hellingen, H (hooggebergteklimaat) in de Alpenregio’s boven ca. 1500 meter, lokaal Cfb (zeeklimaat) in enkele laaggelegen westelijke gebieden zoals rond Genève
- Gemiddelde jaartemperatuur: 8°C tot 15°C in de dalen, 0°C tot 6°C op grotere hoogten
- Gemiddelde dagtemperatuur in de zomer: 20–26°C in de dalen (zoals Zürich, Luzern of Lugano), 10–18°C in de bergen (zoals Engelberg of Davos)
- Gemiddelde dagtemperatuur in de winter: -2°C tot 6°C in lager gelegen steden, -10°C tot 0°C in hoger gelegen dorpen
- Gemiddelde jaarlijkse neerslag: 1000–1800 mm in de dalen, 2000–3000 mm of meer in Alpengebieden zoals de noordhellingen van het Berner Oberland
- Verdeling neerslag: neerslag valt het hele jaar door, met de grootste kans op regen in de zomer (juni en juli); in de bergen valt dit in de winter voornamelijk als sneeuw
- Zonuren per jaar: 1600–2200 uur, met de meeste zon in het zuiden (zoals Ticino en Wallis)
- Zonnigste en warmste maanden: juli en augustus, vooral in het zuiden en in beschutte dalen
- Kans op sneeuw: groot van december tot maart, al vanaf 800–1000 meter hoogte; boven 1500 meter vrijwel gegarandeerd een dik pak sneeuw in de winter
- Kans op stormen: beperkt, al komen er zomers wel stevige onweersbuien voor met windstoten en hagel (vooral in het noorden en in bergvalleien)
- Beste reistijd: juni t/m september voor wandelen, natuur en zomervakantie; december t/m maart voor wintersport en sneeuwzekerheid
Temperaturen in Zwitserland
Bron: Klimaat- en weergegevens samengesteld uit historische gegevens van o.a. KNMI, NOAA, MeteoFrance en lokale input (laatste update: april 2025). Lees meer over onze weerdata.
De temperatuur in Zwitserland hangt sterk af van waar je bent. In het noorden, rond Zürich of Bern, is het in de zomer overdag vaak 22–25°C, met zwoele avonden rond de 14°C. In de Alpen blijft het frisser, zeker boven de 1500 meter, waar het ook hartje zomer niet warmer wordt dan 15–18°C.
In de winter kan het in steden als Genève en Luzern overdag rond het vriespunt zijn, met nachten waarin het gemakkelijk -5 tot -10°C wordt. In bergdorpen zoals Zermatt of St. Moritz dalen de nachttemperaturen regelmatig tot onder de -15°C.
De gevoelstemperatuur ligt vaak lager, door de droge berglucht en frisse wind.
Watertemperatuur: wanneer kun je zwemmen?
Zwitserland heeft prachtige meren zoals het Meer van Genève, het Vierwoudstrekenmeer en het Lago Maggiore. In de zomer kan het water hier opwarmen tot 22–24°C, ideaal voor een verfrissende duik of watersport. Het zwemseizoen loopt van juni tot begin september, met augustus als warmste watermaand.
Zonuren en UV-index in Zwitserland
De zon schijnt in Zwitserland gemiddeld 1600 tot 2200 uur per jaar, met de meeste zonuren in het zuiden (zoals Ticino en Wallis). In juli kun je rekenen op zo’n 8 tot 10 zonuren per dag, terwijl dat in de winter terugzakt naar 2 tot 4 uur – behalve in de bergen, waar het boven de mist soms juist stralend is.
Let op: op hoogte is de UV-index veel hoger dan je gewend bent. Zelfs bij 15°C verbrand je snel – zonnebrandcrème is geen overbodige luxe.
Neerslag en wind: wat kun je verwachten?
Bron: Klimaat- en weergegevens samengesteld uit historische gegevens van o.a. KNMI, NOAA, MeteoFrance en lokale input (laatste update: april 2025). Lees meer over onze weerdata.
Neerslag is in Zwitserland een trouwe metgezel, maar nooit saai. De natte piek ligt meestal in juni en juli, wanneer stevige plensbuien en onweersbuien aan het einde van warme dagen voor spectaculaire lichtshows zorgen. In de herfst is het weer wat rustiger: vaker droog, al blijft het onvoorspelbaar. De winter daarentegen… die is een ander verhaal.
Zwitserland is een waar sneeuwparadijs. Dankzij de Alpen is het land beroemd om z’n dikke pakken sneeuw en betrouwbare wintersportseizoenen. In regio’s als Wallis, Graubünden en het Berner Oberland kun je tussen december en maart vaak rekenen op verse sneeuw, met name boven de 1200 meter.
In sommige dalen, zoals rond Davos of Andermatt, valt jaarlijks meer dan 5 meter sneeuw! Ideaal voor skiërs en snowboarders, maar ook een uitdaging voor verkeer en veiligheid. Lawinegevaar is een reëel risico in bergachtige gebieden, dus altijd even checken voor je op pad gaat buiten de pistes.
Qua neerslag scoort Zwitserland flink hoger dan Nederland. Waar wij gemiddeld 850 mm per jaar krijgen, klokt Zwitserland af op zo’n 1150 tot 2000 mm, afhankelijk van waar je zit. In het noorden, zoals bij Zürich of Luzern, valt gemiddeld meer regen dan in het drogere zuiden, zoals Ticino.
Ook de wind is anders: over het algemeen is Zwitserland niet bijzonder winderig, maar let op de beruchte föhnwind. Deze warme, droge wind uit het zuiden kan in korte tijd de temperatuur met 10 graden laten stijgen – heerlijk als je een terrasje wilt pakken in januari, maar voor sommigen ook een recept voor hoofdpijn en rusteloosheid.
Leuke tip: als je in de winter graag zon én sneeuw wilt, ga dan naar de zuidkant van de Alpen, bijvoorbeeld in Ticino of rond Zermatt. Daar profiteer je van de föhn én van sneeuwzekerheid. Een unieke combinatie van lentegevoel met een winters decor.
Wat is de beste reistijd voor Zwitserland?
De beste reistijd voor Zwitserland hangt helemaal af van wat je zoekt. Dit land heeft namelijk vier seizoenen die elk iets bijzonders bieden: van zonovergoten bergweiden tot betoverende sneeuwlandschappen. Hier is het jaar rond wel iets moois te beleven.
Wintersport
Voor wie houdt van sneeuw, skiën en wintermagie is december tot en met maart dé periode. Skigebieden als Zermatt, Davos, Verbier en St. Moritz bieden sneeuwzekerheid, gezellige berghutten en prachtige uitzichten. Januari en februari zijn het meest sneeuwrijk, maar in maart is het vaak rustiger én zonniger. Tip: in april kun je in hogere gebieden vaak nog top skiën zonder de kou van hartje winter.
Zonvakantie
Voor zonaanbidders zijn juni tot en met augustus perfect. In het zuiden, met name in Ticino, voelt het soms bijna mediterraan aan. Denk aan warme dagen van 25 tot 30°C, zwoele avonden en af en toe een verkoelend briesje. Ideaal voor wie houdt van zon, zwemmen in bergmeren en terrasjes met uitzicht.
Actieve vakantie
Wandelaars, klimmers en fietsers zitten goed van mei tot en met september. In het voorjaar bloeit de natuur op, in de zomer zijn de bergpaden sneeuwvrij, en in het najaar wandel je door goudgele lariksbossen. Kies juli of augustus voor hoge bergtochten, en juni of september voor rustiger paden.
Stedentrip
Steden als Zürich, Luzern en Bern zijn het mooist in mei, juni en september. Dan is het weer aangenaam (rond de 20–25°C), de terrassen zitten vol, en je ontloopt de grootste toeristendrukte. Plus: de bergen op de achtergrond zijn vaak nog besneeuwd – fotogeniek!
Rustzoekers
Wil je Zwitserland op z’n stilste beleven? Ga dan in mei of oktober. Buiten het hoogseizoen kom je terecht in dorpen waar de tijd even stilstaat. De herfst is sowieso een aanrader: kleurrijke bossen, heldere lucht en een bijna spirituele rust.
Natuurliefhebbers
Voor wilde bloemen is juni geweldig – denk aan alpenweides vol kleur. De herfst (oktober) is net zo magisch: mistige dalen, goudgele bladeren en uitzicht tot aan de Mont Blanc op heldere dagen.
Budgetreizigers
Reis in het voor- of naseizoen (april, mei of oktober) voor lagere prijzen en minder toeristen. Veel kabelbanen en accommodaties zijn dan goedkoper, en je beleeft de natuur op een intieme manier. En eerlijk: het uitzicht is ook zonder sneeuw of bloemen nog steeds adembenemend.
Het klimaat van Zwitserland per seizoen
Lente (maart – mei)
De lente begint langzaam. Maart is nog winters, vooral in de bergen. Vanaf april wordt het aangenamer met temperaturen tussen 10 en 18°C, al blijft de kans op regen of zelfs natte sneeuw bestaan. Mei is frisgroen en zonnig – perfect voor een eerste hike.
Zomer (juni – augustus)
De zomer is verrassend warm. In de dalen vaak 24–28°C, met korte maar krachtige onweersbuien aan het einde van de dag. In de bergen blijft het frisser, maar aangenaam. De lucht is meestal droog, waardoor het zelden klam aanvoelt.
Herfst (september – november)
September is vaak nog zomers. In oktober koelt het snel af, met mist in de dalen en goudgele bossen. November is nat en grijs – tenzij je de bergen in gaat, waar je al eerste sneeuw kunt zien vallen.
Winter (december – februari)
De winter is koud, zeker op hoogte. In de Alpen ligt sneeuw vrijwel gegarandeerd. Temperaturen liggen tussen -5 en 5°C. De lucht is vaak helder, wat zorgt voor stralende dagen én ijzige nachten. In het noorden kan het langdurig mistig en kil zijn.
Opvallende weerfenomenen en extremen
In juli 2023 tikte het kwik in Genève de 35°C aan – uitzonderlijk voor Zwitserland. Ook opvallend: het föhn-effect in het voorjaar kan zorgen voor plotselinge dooi en lawinegevaar. In 2021 veroorzaakten hevige zomerregens overstromingen in Berner Oberland.
Mijn persoonlijke tips voor Zwitserland
Ga in juni naar de Engadin-vallei: alles staat in bloei, en het is er nog heerlijk rustig. Bezoek het Lötschental in oktober – de herfstkleuren zijn er spectaculair. En vergeet je zwemkleding niet als je naar het Meer van Zürich of Lago Maggiore gaat – de watertemperatuur is in augustus echt aangenaam.
Probeer de ‘Bise’ wind te vermijden in de winter rond Genève – ijskoud en venijnig. Tip: check voor je vertrekt het sneeuwhoogtebericht als je naar de bergen gaat, en neem altijd laagjes kleding mee. Zelfs in juli kan het ’s avonds afkoelen tot 10°C!
En nog een leuke: tijdens de Fête de l’Escalade in december in Genève (altijd rond de 12e) is het vaak guur en winters – maar de sfeer is zó warm dat je de kou snel vergeet.